Overslaan en naar de inhoud gaan

Vrijwilliger zijn in de TBS-kliniek

Dharminder Bihari vertelt op LinkedIn over zijn vrijwilligerswerk in de TBS-kliniek in Almere

“In april ga ik al drie jaar naar de TBS-kliniek. Als vrijwilliger. Ooit heb ik besloten om dit als vrijwilligerswerk te gaan doen. Ik kan je vertellen dat het hartstikke leuk is. Ook voor mij, want je moet je onvoorwaardelijke kunnen geven, maar meer voor de persoon die ik bezoek.

Ik neem eerst mijn hoed af voor de mensen van de FPC de Oostvaarderskliniek die dit werk doen. Dag en nacht staat ze klaar, om mensen te helpen en steunen om weer beter te worden waar het kan. Hats off. En ze zoeken nog collega’s. 

Ik krijg altijd twee vragen:

– Weet je wat hij of zij heeft gedaan?
– Is het niet zwaar of pittig?

Voordat ik gekoppeld werd aan het buddyprogamma, heb ik training gehad voor dit werk, interviews met de kliniek en daarna pas inzage in het dossier.  
Dat is een samenvatting, maar je weet wat iemand heeft gedaan. 

“Vertel eens, wat is er dan gebeurd?” 

Integriteit is zo belangrijk. Dus niemand krijgt van mij te horen wat iemand heeft gedaan. 
Dan pas neem je een beslissing om wel of niet mee te doen aan het programma. 
Ik heb drie jaar geleden besloten om het wel te doen. 
Zelf mijn vrouw en kinderen weten tot de dag van vandaag het dossier niet. 
Dat blijft bij mij. 

“Is het niet zwaar of pittig?”

Om te beginnen gaat het niet om mij, maar om de persoon die eindelijk bezoek krijgt. 
Van de ongeveer 1500 mensen die in de TBS-kliniek zitten, krijgt een deel nooit meer bezoek van familie of vrienden. Voor hen is het buddypgramma van stichting Humanitas. 

In mijn geval heeft de persoon jarenlang niemand meer van buiten gezien. 
Dat is pas pittig. Ik zit met kerst bij mijn gezin of kan vrij rondlopen. 

Het tweede is: ik ben geen therapeut. Ik hoor veel dingen aan, maar dat is de kracht van het buddyprogramma. De persoon kan vrijuit spreken zonder dat het therapeutisch is of wordt. Ik heb daar geen rol of mening over. Er is wel een grens. Als deze overschreden wordt, heb ik een meldplicht voor mijzelf en de persoon. 

Eén keer had ik het echt zwaar. In de wachtkamer zaten ouders die hun zoon kwamen bezoeken. Voor duidelijkheid: er zitten ook vrouwen in de kliniek. De ouders waren een superlief ANWB stel van een jaar of zestig. In de wachtkamer raakten mee aan de praat. Je voelt de onmacht, pijn, onzekerheid en wanhoop bij de ouders. Het zal je kind maar zijn. 

Neem van mij aan, dat er heel veel directe en indirecte slachtoffers zijn. 

“Waarom schrijf je dit?”

Ik merk dat de politiek en aanverwante ééncelligen denken in termen van water en brood. 

Mensen die geestelijk ziek zijn of worden, behandel je uiteindelijk nog steeds als mens. Verlaag je niet tot de fouten die anderen maken. Ik ben daarom fel tegen de doodstraf. 

Mocht je ooit vrijwilligerswerk in de detentie gaan doen: het is de moeite waard.

Het is vooral zingevend en zinvol. Ik kan uren over verdienmodellen, strategie, marketing en sales lullen. Maar dit is wel een pareltje dat voor enkelen is weggelegd.